Voor vakmensen in de bouw- en afbouwsector is het een bekend probleem: het zware fysieke werk eist zijn tol, vaak al jaren voordat de pensioengerechtigde leeftijd bereikt wordt. Het kabinet en sociale partners pakken dit nu structureel aan met een investering van ongeveer 200 miljoen euro tot 2030. Het doel is helder: zoveel mogelijk mensen gezond en fit hun AOW-leeftijd laten halen, met speciale aandacht voor zwaar werk dat in de (af)bouwsector veel voorkomt.
Focus op innovaties
Deze investering richt zich op projecten en innovaties die het zware werk kunnen voorkomen of verlichten. Zo komt er subsidie beschikbaar voor samenwerkingsverbanden en het mkb om initiatieven te starten die het werk fysiek minder belastend maken. Onderzoeks- en innovatiecentrum FRAIM van de TU Delft speelt hierin een belangrijke rol. Samen met TNO en mkb-bedrijven ontwikkelen zij oplossingen die het werk voor vakmensen minder zwaar maken.
Onderzoek & kennisdeling
Daarnaast wordt er geld vrijgemaakt voor het doorontwikkelen van wetenschappelijke kennis en praktijkervaring over zwaar werk. Deze kennis wordt zo toegankelijker en toepasbaarder voor verschillende sectoren, waardoor bedrijven beter kunnen inspelen op de uitdagingen van duurzame inzetbaarheid. Ook wordt een expertisecentrum zwaar werk opgezet door TNO, dat zich richt op het verzamelen en delen van kennis over zwaar werk, de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) en duurzame inzetbaarheid.
Deze nieuwe impuls bouwt voort op het pensioenakkoord van 2019, waarin al 1 miljard euro was gereserveerd om mensen gezond hun pensioen te laten halen. Een deel van dat budget is via de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU) ingezet. Nu wordt het resterende bedrag gebruikt om nieuwe projecten te stimuleren die het zware werk in sectoren zoals de afbouw verlichten.
Voor vakmensen betekent dit dat er steeds meer aandacht en middelen beschikbaar komen om het werk veiliger en gezonder te maken. Het is een uitnodiging aan werkgevers, werknemers en partners om samen te werken aan een toekomst waarin het mogelijk is om langer en met plezier in het vak te blijven.
Bron: Bouwbelang & Volandis